NLKoning Midas’ hebzucht leent zichzelf perfect aan een marxistische lezing. Hij beeld een typische heerser af, een die land bezit en misschien zelfs productiemiddelen; hij is een symbolische afbeelding van de hebzucht zelve. De Frygische koning verlangt naar één iets, rijkdom. Zijn onbevredigbaar verlangen naar de aardse rijkdommen gaan niet onopgemerkt voorbij. Wanneer hij de vermiste sater Silenus terug vindt, die overigens ook de pleegvader en voormalige leermeester van de god van alcohol en feestelijkheden Dionysos is, mag hij alles wensen wat zijn hart maar begeert. Dwaas als hij is, wenst hij voor een gouden aanraking; dat alles dat hij aanraakt in goud moge veranderen. Een opeenstapeling van een plots bewustzijn en spijtbetuigenissen is wat volgt. Het voedsel dat hij probeert te eten, verandert in goud; de wijn die hij probeert te drinken, verandert in goud; de bloemen die hij probeert te ruiken, veranderen in goud. Hij rouwt om zijn wens, zijn leven zal slechts gevuld zijn met honger en dorst, enkel zal hij nog de aanraking van het koude metaal kennen. Zijn wanhoop groeit wanneer zijn dochter hem knuffelt en zichzelf zo in een gouden standbeeld verandert. Midas zoekt Dionysos en smeekt hem om vergiffenis en hem te verlossen van zijn vloek.

De marxistische analyse van het verhaal en de gouden aanraking begint met koning Midas’ late bewustzijn, het staat symbool voor het warenfetisjisme dat door Marx omschreven wordt. Koning Midas’ verhaal beschrijft de vervreemding van de waren en diensten, van geld en goud, die wij vandaag kennen. De koning ziet het goud niet als een metaal, hij ziet enkel de rijkdom die ermee gepaard gaat. Zijn wens was geen gouden aanraking, maar in feite wenste hij onmetelijke rijkdom. De gouden aanraking kan ook wel gezien worden als een vloek, een door de goden gezonden straf voor zijn onbevredigbare hebzucht, vermomd als een gifte; maar een dergelijke lezing kan snel gezien worden als een westerse, christelijke interpretatie van zijn, zogenaamde, zonden. Daarop doorgaande, is het reinigingsproces, waarmee Midas van zijn vloek afscheid neemt, gemakkelijk te plaatsen in diezelfde westerse, christelijke traditie. Hij wast zichzelf in de Paktolosrivier en reinigt zich op deze wijze van zijn zonden; een ritueel dat ons sterk doet denken aan het christelijke doopritueel. Hij voorzag desalniettemin grote rijkdommen voor zichzelf en zijn familie, maar hij werd vervloekt en vervuld met spijt.

Die erste Funktion des Goldes besteht darin, der Warenwelt das Material ihres Wertausdrucks zu liefern oder die Warenwerte als gleichnamige Größen, qualitativ gleiche und quantitativ vergleichbare, darzustellen. So funktioniert es als allgemeines Maß der Werte, und nur durch diese Funktion wird Gold, die eigentümliche Äquivalentware, zunächst Geld. […] Geld als Wertmaß ist notwendige Erscheinungsform des innerlichen Wertmaßes der Waren, der Arbeitszeit. (Karl Marx, Das Kapital: Kritik der politischen Ökonomie - Cologne: Anaconda Verlag, 2009)

De vervreemding die Midas belichaamt, wanneer hij goud ziet voor zijn waarde, in plaats van voor het metaal dat het eigenlijk is, vinden we terug in de consumptiemaatschappij van vandaag. De koning in zijn wilde enthousiasme, vrij te wensen wat hij wil, vergeet dat goud niet hetzelfde is als rijkdom: goud bekomt slechts waarde door onze eigen waardering van het materiaal. Op zichzelf is goud goud, en is de waarde ervan een abstract concept toegeschreven aan het edelmetaal door de mens. Binnen onze hedendaagse consumptiemaatschappij is dat het patroon dat we terug vinden, hetzelfde concept van vervreemding. De hedendaagse mens is niet slechts vervreemd van de waarde van goud, en daarom dus ook van de waarde van geld (aangezien goud de standaard is voor geld); ze zijn vervreemd van de waren en diensten die ze aankopen en diens eigenlijke waarden. De bevolking wordt niet geconfronteerd met het productieproces, noch met de grondstoffen, die noodzakelijk zijn voor de waren en diensten die hen aangeboden worden. De ellenlange productielijn, die zich over de gehele wereld spreidt voor de meeste producten, is een abstract concept voor zowel de consument, als voor de arbeiders en dienstverleners. De enigste mensen met een overzicht over het productieproces zijn de eigenaars van de productiemiddelen, de bourgeoisie.

Goud als de standaard voor geld devalueert de arbeid. De werkende bevolking wordt betaald in geld, voor de waarde van goud, in plaats van voor de waarde van hun arbeid. Dit helpt het vervreemdingsproces, in welke arbeid niet gewaardeerd wordt als arbeid, maar zijn waarde bekomt in de abstracte termen van een metaal. De consumenten betalen niet met hun eigen arbeid voor de waren en diensten die ze aankopen, maar ze betalen met de abstracte waarde van goud de arbeid van hun mede-arbeiders. Het productie-en-aankoopsproces in deze maatschappij is een abstract proces, waar elke actie en elke dienst of product zijn waarde bekomt dankzij de abstracte waarde van goud, die bepaald wordt door de waardering van een elite.
ENG -King Midas’s greed lends itself perfectly to a Marxian reading. He portrays a typical ruler, an owner of lands and perhaps even an owner of means of production; he is the symbol of greed. The Phrygian king wishes only for one thing and one thing only, and that is wealth. His insatiable desire for the earthly riches doesn’t go unnoticed. When he found the missing satyr Silenus, foster father and old educator of the god of alcohol and festivities Dionysus, he can wish for anything he ever desired. The foolish king wishes for a golden touch, for everything he touches to turn into gold. What follows next is a sudden awareness, paired with regret. The food he tries to eat turns into gold, the wine he tries to drink turns into gold, the flowers he tries to smell turn into gold. He regrets his wish, for his life will be filled with hunger and thirst, without the sensation of touching anything that isn’t golden. His despair grows when his daughter hugs him and turns herself into a golden statue. Midas seeks out where Dionysus is and begs him to rid him of his curse.

The Marxian analysis of the story and the golden touch starts with the king’s late awareness. It symbolises the commodity fetishism Marx describes. Moreover the myth of king Midas describes our alienation of our commodities, of money and of gold. Midas doesn’t see gold as a metal, he only sees the wealth paired with it. In a way the king’s wish wasn’t a golden touch, he really just wished for unmeasurable wealth. The golden touch on the other hand can be seen as a curse, a god-sent punishment for his insatiable greed, disguised as a blessing; although that might be a western, western, christian interpretation of his, so-called, sins. The cleansing ritual the king goes through fits easily into this western, christian tradition. He washes himself in the Pactolus river to rid him from his curse and cleanse him from all his sins, a ritual that sounds surprisingly comparable to the christian baptising rituals. He foresaw great wealth and prosperity for himself and his family, instead he got a curse, filling him with regret and sorrow.

Die erste Funktion des Goldes besteht darin, der Warenwelt das Material ihres Wertausdrucks zu liefern oder die Warenwerte als gleichnamige Größen, qualitativ gleiche und quantitativ vergleichbare, darzustellen. So funktioniert es als allgemeines Maß der Werte, und nur durch diese Funktion wird Gold, die eigentümliche Äquivalentware, zunächst Geld. […] Geld als Wertmaß ist notwendige Erscheinungsform des innerlichen Wertmaßes der Waren, der Arbeitszeit. (Karl Marx, Das Kapital: Kritik der politischen Ökonomie - Cologne: Anaconda Verlag, 2009)


[An English translation from http://www.marxism. org/ reads: “The first chief function of money is to supply commodities with the material for the expression of their values, or to represent their values as magnitudes of the same denomination, qualitatively equal, and quantitatively comparable. It thus serves as a universal measure of value. And only by virtue of this function does gold, the equivalent commodity par excellence, become money. [...] Money as a measure of value, is the phenomenal form that must of necessity be assumed by that measure of value which is immanent in commodities, labour-time.”​​​​​​​]

The alienation Midas embodies, when seeing gold for the values it stands for, instead of gold as the metallic material it is, echoes in today’s consumerist society. The king in his wild enthusiasm, allowed to wish for whatever he wants, forgets that gold isn’t wealth: gold acquires value through our own valuation of the material. In itself gold is gold, and its value is an abstract concept attributed to the noble metal by men. Within our contemporary, consumerist society, we see the same concept of alienation. Contemporary people are not only alienated from the value of gold, and therefore money (as gold is the standard for money); they are alienated from the commodities they purchase and their actual value. The consumerist populace isn’t confronted with the process of production, nor with the resources needed for their commodities. The long production line, which is spread all over the world for most products, has become an abstract concept for both the consumer and the workers, working to produce these products. Arguably, the only people with an oversight over the production process are the owners of the means of production, the bourgeois populace.

Setting gold as the standard for moneydevalued labour itself. Workers get paid in money, for the value of gold, instead of the value of their labour. This helps the alienation process, in which labour isn’t valued as labour, but gets valued in terms of a metal. The consumers don’t pay with their own labour for the commodities they purchase, but they pay with the abstract value of gold, for the labour of their co-labourers. The production-purchase process in this society is an abstract process, where every act and every product and commodity gets valued through the abstract value of gold, which only gets valued through the valuation of men.
Back to Top